10‘Ick wou dat mijn huisvrouwe
al vore mijn voeten lach doot,
en dat ick met jou, moy meisje,
sou gaen plucken de rosen root!’
11Hy schonc haer eens te drinken,
de coele wijn uit een glas.
doe begost hy eerst te denken,
oft oock sijn dochterken was.
12Hy sprack tot sijnen cnape:
‘nu sadelt my mijn paert!