’k en laet er u niet in,
ze klinkt my nog in de ooren
uw trouwelooze min.
en hadt gy gister avond wat beter gezwegen,
gy hadt nog dezen nacht
in mynen arms gelegen.’
5‘Als ik gisteren avond
al in het wynhuis zat,
schoon lief, dan was ik dronken,
schoon lief, dan was ik zat.’