¶ 3, 3. spetluis, Spitzlaus—3, 4. vake, oft—6, 3. huppenstup, etwa: Hüpfenschritt; huppen, hüpfen und stup, stip, der Schritt; so heißt flandrisch der Widehopf huppetup.
¶ Nr. 115.
Bleib bei Deinesgleichen!
1Het eerste dachjen int nieuwe jaer
doen was het op een ander tide,
dat daer een uiltje op een grauwe stene sat,
het spreide sijn vederen also wide.
2Den uil heft op sijn vleughels al
ende vlooch so veer int wilde woude,