¶ Nr. 138.

Rosentanz.

1Nu wil ik eens ommegaan,

roozen aan mijn hoedje!

en zien of ik ze vinden kan,

roozen, roozebloemen aan mijnen hoed!

hadden wij geld, wij hadden moed!

roozen aan mijn hoedje!

2Ik zei: schoon lief geeft mij de hand

roozen aan mijn hoedje!