mijn man, mijn man, mijn mannetje!

slaap, mijn zoete kinnetje,

en doet uw oogjes toe!

5Onder mijnen wenteltrap

daar staat er een bord met wijn getapt,

mijn man is t’huis, mijn man is t’huis,

mijn man, mijn man, mijn mannetje!

slaap, mijn kleine kinnetje,

en doet uw oogjes toe!

Holländisch: Apollo’s St. Nicolaasgift aan Minerva, Leiden s. a. Vorher dasselbe Lied in hochdeutsch sein sollenden Versen: Wier theufel Kloft dar an mier hous.—In der Gegend von Hannover wird dasselbe Lied noch plattdeutsch gesungen.