dat gaat zoo fraai na onzen wil;
elk tot zijn vriend gaat waar ’t hem dient,
den een tot d’aêr:
ik wou dat ’t altijd zondag waar!
3Het werken is een groot verdriet
voor hem die geeren en werkt niet;
’t is hem een plaag ook alle daag
en al het jaar:
ik wou dat ’t altijd zondag waar!
4Zondags gaan ook de visschers uit