1Ik hoor wat nieuws in deze tijd, :|:
|: het is ons Jantje, dat noble kwantje
komt bij de meid. :|
2Ik hoord hem praaten al van de min;
hij zoekt een kooltje, ja bij mijn zooltje,
al na zijn zin.
3Wie zou het looven van deze kwant?
heeft hij de vinger, hij maakt het slimmer
en neemt de hand.
4Gij vangt nu aan in’t nieuwe jaar: