Koster.
Hier ben ik, heer, uw getrouwe knecht.
Priester.
Gaat in ’t westen, gaat in ’t zuiden:
wat brengen ons de kerkeluiden?
Koster.
De kerkeluiden hebben ons welle bedocht,
zij hebben ons een zwijn gebrocht.
Priester.
Een zwijn een quijn,
Koster.
Hier ben ik, heer, uw getrouwe knecht.
Priester.
Gaat in ’t westen, gaat in ’t zuiden:
wat brengen ons de kerkeluiden?
Koster.
De kerkeluiden hebben ons welle bedocht,
zij hebben ons een zwijn gebrocht.
Priester.
Een zwijn een quijn,