6De bommen zijn ons venezoen,
maar magtig droog van korst;
’t was beter een gebraden hoen,
al was ’t ook wat bemorst.
zoo leeft een krijgsman in het veld,
en vreest voor vijand noch geweld.
rob dob enz.
7De gansche wereld is zijn huis
en de aard geheel zijn bed.
het donderend kanongespuis