Des koenen golfvaart gaf hem grooten aanstoot,
Omdat hij geenszins aan een ander gunde
Der mannen, meerder roem op aard te rapen,
Beneên de wolken, dan hem was geworden.)
‘Zijt gij die Beowulf, die met Brecca aanbond
Den wedstrijd op de wijde zee, in ’t zwemmen
Met dezen streven dorst, toen boud gij beiden
Navorschtet in den vloed en gij uit grootspraak
Uw leven waagdet in het diepe water?
Geen stervling was in staat, noch vriend noch vijand,