[684] Riedel, op. cit. p. 391.
[685] Van Schmidt, “Aanteekeningen nopens de zeden, gewoonten en gebruiken, etc., der bevolking van de eilanden Saparoea, Haroekoe, Noessa Laut,” etc., Tijdschrift voor Neêrlands Indië, Batavia, 1843, dl. ii. pp. 523–526. The customs and beliefs on this subject in the adjoining island of Amboyna seem to be identical. See J. G. F. Riedel, op. cit. pp. 73 sq. According to Riedel, if the pot with the afterbirth does not sink in the water, it is a sign that the wife has been unfaithful.
[686] Riedel, op. cit. p. 326.
[687] N. Adriani and A. C. Kruijt, “Van Posso naar Parigi, Sigi en Lindoe,” Mededeelingen van wege het Nederlandsche Zendelinggenootschap, xlii. (1898) pp. 434 sq. In Parigi after a birth the kindspek (?) is wrapt in a leaf and hung in a tree at some distance from the house. For the people think that if it were burned, the child would die (ibid. p. 434).
[688] N. Adriani and A. C. Kruijt, “Van Posso naar Mori,” Mededeelingen van wege het Nederl. Zendelinggenootschap, xliv. (1900) pp. 161 sq.
[689] A. C. Kruijt, “Eenige ethnografische aanteekeningen omtrent de Toboengkoe en de Tomori,” ibid. p. 218.
[690] Id., ib. p. 236.
[691] B. F. Matthes, Bijdragen tot de Ethnologie van Zuid-Celebes (The Hague, 1875), pp. 57–60.
[692] G. Heijmering, “Zeden en gewoonten op het eiland Timor,” Tijdschrift voor Neêrland’s Indië, 1845, pp. 279 sq.
[693] J. H. Letteboer, “Eenige aanteekeningen omtrent de gebruiken bij zwangerschap en geboorte onder de Savuneezen,” Mededeelingen van wege het Nederlandsche Zendelinggenootschap, xlvi. (1902) p. 47.