[694] G. Heijmering, “Zeden en gewoonten op het eiland Rottie,” Tijdschrift voor Neêrlands Indië, 1843, dl. ii. pp. 637 sq.

[695] J. G. F. Riedel, The Island of Flores, p. 7 (reprinted from the Revue Coloniale Internationale).

[696] Julius Jacobs, Eenigen tijd onder de Baliërs (Batavia, 1883), p. 9.

[697] C. F. Winter, “Instellingen, gewoonten en gebruiken der Javanen te Soerakarta,” Tijdschrift voor Neêrlands Indië, 1843, dl. i. pp. 695 sq.; P. J. Veth, Java, i. (Haarlem, 1875) pp. 639 sq.; C. Poensen, “Iets over de kleeding der Javanen,” Mededeelingen van wege het Nederlandsche Zendelinggenootschap, xx. (1876) p. 281.

[698] D. Louwerier, “Bijgeloovige gebruiken, die door de Javanen worden in acht genomen bij de verzorging en opvoeding bunner kinderen,” Mededeelingen van wege het Nederlandsche Zendelinggenootschap, xlix. (1905) pp. 254 sq.

[699] P. J. Veth, Java, i. 231.

[700] H. Ris, “De onderafdeeling klein Mandailing Oeloe en Pahantan en hare Bevolking met uitzondering van de Oeloes,” Bijdragen tot de Taal- Land- en Volkenkunde van Nederlandsch-Indië, xlvi. (1896) p. 504.

[701] A. L. Heyting, “Beschrijving der onderafdeeling Groot Mandeling en Batang-Natal,” Tijdschrift van het Nederlandsch Aardrijkskundig Genootschap, Tweede Serie, xiv. (1897), p. 292.

[702] J. C. van Eerde, “Een huwelijk bij de Minangkabausche Maliers,” Tijdschrift voor Indische Taal- Land- en Volkenkunde, xliv. (1901) p. 493.

[703] A. L. van Hasselt, Volksbeschrijving van Midden-Sumatra (Leyden, 1882), p. 267.