Gelderland.—H. I. Swaving, Opgave van eenige in Gelderland gebruikelijke woorden.—Taalkundig Magazijn, i. 4. pp. 305.

Ibid.Ibid. ii. 1. pp. 76-80.

Opmerkingen omtrent den Gelderschen Tongval.Ibid. ii. 4. pp. 398-426. The fourth section is devoted to some peculiarities from the neighbourhood of Zutphen.

N. C. Kist, Over de ver wisslingvan zedetijke en zinnelijke Hoedanigheden in sommige Betuwsche Idiotismen.—Nieuwe Werken der Maatsch. van Nederl. Letterkund. iii. 2. 1834.

Staaltje van Graafschapsche landtal.—Proeve van Taalkundipe Opmerkingen en Bedenkingen, door T. G. C. Kalckhoff.—Vaderlandsche Letteroefeningen for June 1826.

Appendix to the above.—Ibid. October 1826.

Het Zeumerroaisel: a poem. 1834?—Known to Van den Bergh only through the newspapers. Believed to have been published in 1834.

Et Schaassen-riejen, en praotparticken tussen Harmen en Barteld.—Geldersche Volks-Almanak, 1835. Zutphen Dialect.

De Öskeskermios.—Geldersche Volks-Almanak, 1836. Dialect of Over Veluwe.