En valt te bang, voor die gy uyt den Throon
Van u genade stoot. Versterckt inwendigh
Het Christ-geloof, en zijt ons Schildt, en Loon,
Behoedt oock voor ziel-schadelijcke tijden
D’Hooghmogende van’t Vrye Nederlandt;
Die’t Helsch geblaeck en weerloos Christen lijden
Nie’t dulden, reyckt altijdt u vrede-handt:
Op dat wy doch, als ware Christen rancken,
Hier onder haer Gebiedt, seer vryelijck,
U met veel vrucht, en vollen wasdom dancken,