Alle ampten zijn smeerig. All offices are greasy (i. e. open to receive what the Dutch call smear-money, a term derived from the fee paid for greasing wheels).
Alle baat helpt. Every little helps.
Alle beetjes helpen en alle vrachtjes ligten, zei de schipper en hij smeet zijne vrouw overboord. Every little helps to lighten the freight, said the captain, as he threw his wife overboard.
Alle beginselen zijn zwaar, zei de dief, en voor de eerste maal stal hij een aanbeeld. All beginnings are hard, said the thief, and began by stealing an anvil.
Alle dagen een draadje is een hemdsmouw in het jaar. Every day a thread makes a skein in the year.
Alle dagen kan men dragen uitgezondert goede dagen. Men can bear all things except good days.
Alle dingen hebben een einde behalve God. Everything has an end excepting God.
Alle dingen hebben twee handvatsels. Everything has two handles (or two sides).
Alle ding heeft een waarom. Everything has a wherefore.