Laten wij daarom aan ido, zonder het te benijden, zijne internationale r en behouden wij onze «willekeurige i»!

Eene tweede fout onder opzicht van klank is de uitgang ez voor de gebiedende wijze. Ook deze eindmedeklinker wordt slechts hoorbaar, wanneer men hem luid sist; ez is licht te verwarren met is. Men vergelijke daarmede den vollen krachtigen uitgang u van het Esperanto: lernu tegenover lernez. De nationale talen hebben de zachte, uitgesproken s meest in het midden of in ’t begin der woorden, en zelden op ’t einde. De opmerking, dat de gebiedende wijze in ’t Fransch ook op ez eindigt, is dwaas, daar onze z toonloos is.

6. Verbuiging.—«Ido heeft geenen verplichtenden accusatief, maar gebruikt dien slechts in de noodzakelijkste gevallen bij de woordomzetting.»

.... «Om hem dan ten slotte in de noodzakelijkste gevallen te vergeten, zooals het voorbeeld toont van den «vere idana leono» (zoo noemd «Idano» den heer Peus).

[5] Want elk willekeurig gebruik van eenen grammatischen vorm eischt weder eenen bijzonderen regel om te bepalen wanneer, al of niet, die regel moet gebruikt worden. En wat weegt nu bij Ido tegen dit «voordeel» op? In de plaats van den verplichtenden accusatief heeft het de verplichtende woordorde, waarbij elke zin moet gebouwd worden volgens het schema «Onderwerp,

gezegde, voorwerp». Men kan nu het eene of het andere verkiezen; eenen gewissen dwang ontgaat men, om logische redenen, echter niet. De verplichtende accusatief verschaft aan het Esperanto de grootste vrijheid in de woordorde en eene grootere logische klaarheid.

7. Woordenlijst.—A. «Ido gebruikt geene kunstmatige woorden zooals Esperanto.»

Doch het gebruikt daarvoor woorden uit eene doode taal, het Latijn; en men moet daarom in Ido 24 verschillende elementen leeren, waar in Esperanto 14 voldoende zijn. Buitendien, de zoogenaamde tabellenwoorden zijn in Esperanto niet geheel conventioneel: al de woorden met eenen onbepaalden zin beginnen met i, wat men in het Duitsch irgend terugvindt; de aanwijzende woorden met ti, wat in ’t Duitsch d, in ’t Engelsch th is; de ontkennende woorden hebben de n, die aan alle talen gemeen is; de vragende woorden beginnen met k (Fransche ki, Duitsche altijd w, Engelsche wh).

B. «De woordenstammen in Ido zijn niet willekeurig uitgezocht, zooals in Esperanto; zij zijn gekozen volgens het princiep der grootste internationaliteit.—B. v.: Uit het Duitsche Kavallerie, het Engelsch cavalry, het Fransch cavallerie, het Italiaansch cavallo, het Spaansch caballo, het Russisch kabaleria, kiest Ido voor het woord «paard» het eenige internationale woord kavalo; Esperanto heeft het misvormde Fransche woord ĉevalo.»

Inderdaad, Ido heeft het princiep der grootste internationaliteit, dat overigens in Esperanto ook overweegt, met meer nauwkeurigheid, maar ook met waanswijsheid doorgedreven. De Ido-geleerden hebben het princiep te veel naar den vorm behandeld; zij aanzien het als eene zuivere getalkwestie, en voor hen