telt 1 Spanjaard of 1 Italiaan voor evenveel als 1 Duitscher, 1 Hollander of 1 Skandinaviër.
Anders gezegd: men heeft den graad van ontwikkeling der verschillende nationaliteiten niet in aanmerking genomen, en daardoor komt het dat, ten gevolge van het Spaansch en Italiaansch, Ido een meer romaansch uitzicht bekomt, en dat vele germaansche woordstammen die in Esperanto voorkomen, zooals tago, fremda, dika, veti, enz., uit Ido verbannen werden. Esperanto kent met recht aan het germaansch element wat meer invloed in de woordenlijst toe. Wanneer in bovenvermeld voorbeeld het Duitsche kavallerie ten gunste van kavalo (paard) word aangehaald, zoo kan men ook het Duitsche «Chevauxlegers» en «chevaleresk», en het Engelsch «chivalrous», ten voordeele van ĉevalo, inbrengen, welke vorm, zoo daaruit blijkt, niet alleen aan de Franschen bekend is. En zoo ĉevalo, een vervormd Fransch woord is, dan zijn de Ido woorden tuchar, chasar, chapelo, charniro, chanjar, enz., eveneens verminkte Fransche uitdrukkingen.
8. Woordafleiding.—«Ido
heeft eene klare, logische,
regelmatige woord afleiding; in Esperanto is ze dikwijls onklaar, onlogisch en onregelmatig.
Ido is daarom duidelijker, lichter verstaanbaar en gemakkelijker te handhaven.»—Als voorbeeld volgt de vertaling van den zin: Een visscher kan visschen zonder visschen te vangen. Esperanto: Fiŝkaptisto povas fiŝkapti sen kapti fiŝojn (of beter): ne kaptante fiŝojn. Ido: Peskero povas peskar sen kaptar fishi.
Wat ontbreekt er aan de Esperanto vertaling? Het woordenspel en de lichte ironie, die in ’t Nederlandsch, of in ’t Duitsch, tusschen voor en nazin bestaat, wordt, door Esperanto, veel juister weergegeven dan door Ido, waar zij verloren gaan door het bijzondere woord peskar voor visschen. Of verwijt men den vorm fiŝkapti voor visschen? Dan beschouwe men eerst de Idowoorden tronsidar (op eenen troon zitten) voor tronen, en seglirar (zegel gaan) voor zegelen. (Men bemerkte ook weder, wanneer men den Ido zin leest, den storenden zinrythmus: kaptar fishi). Daarbij kan men in Esperanto voor fiŝkapti nog fiŝreti of fiŝhoki zeggen.
Komen wij nu tot de algemeenheden. De woordafleiding in Ido zou moeten klaar, logisch en regelmatig zijn voor het princiep der reversibiliteit (weerkeerbaarheid), een princiep dat voor den eenvoudigen mensch moeilijk te verstaan, en nog moeilijker om aan te wenden is, vooral
bij het haastig wandeling gebruik; ten gevolge van dit princiep overlast Ido de omgangstaal met een te groot getal vormingslettergrepen en bekomt daardoor toch geene logische
eenheid. De grondbeginsels der noodwendigheid en der toereikendheid, door de Saussure voor Esperanto vastgesteld, zijn dan minstens even zoo logisch, en buitendien veel eenvoudiger, daar zij de