Die zoogezegde natuurlijke klemtoon legt aan hem, die Ido leert, een aantal regels en uitzonderingen over den nadruk en de uitspraak op, terwijl Esperanto éenen enkelen nadruksregel zonder uitzonderingen heeft.
De door Ido nagestreefde «natuurlijke» betoningswijze is meestal niet voorhanden (vergelijkt het Duitsch «System», het Engelsch «system»;
het Duitsch «Horizont», het Engelsch «horizon»; het Duitsch «Komödie»,
het Fransch «comédie») en wordt zoodra verworpen dat er, al ware het maar éene vormingslettergreep aan het woord wordt toegevoegd. Een nadruksregel welke zonder uitzonderingen kan toegepast worden is dus het eenvoudigste en natuurlijkste vooral voor personen die maar eene taal machtig zijn, en zich niet verstaan aan zulke spraakkundige «fijnheden». De nadruk op de voorlaatste lettergreep van ieder woord geeft aan Esperanto eenen gemakkelijken, natuurlijk vloeienden rythmus welke aan Ido meestendeels ontbreekt.
3. Meervoud.—«Ido heeft den Italiaanschen, schoonen meervoudsvorm i,
niet de zware, onschoone vormen oj, aj, uj.»
Doch Esperanto heeft de «schoone Italiaansche i» als uitgang der werkwoorden. Overigens die kwestie van smaak is zeer betwistbaar. De filologen der oude talen roemen algemeen de schoonheid der Grieksche taal, juist om haren rijkdom aan de volle klanken ai en ei. Van groot belang zijn deze Esperanto uitgangen voor de goed afgeteekende scheiding der woorden en voor het klare opvatten en onderscheiden van den gesproken tekst. De dienstigheid eener hulptaal ook vooral voor het mondeling gebruik schijnt voor de Idisten slechts bijzaak te zijn.
4. Hoedanigheidswoord.—«Ido heeft de
onveranderlijke hoedanigheid; Esperanto verandert het volgens het getal en den naamval.»
Deze grootere eenvoudigheid is zoowel een nadeel als een voordeel. Want het spreekt van zelf, dat het hoedanigheidswoord, dat in getal en naamval met het hoofdwoord overeenkomt veel duidelijker zijn logisch verband te kennen geeft dan het onveranderlijke hoedanigheidswoord, en dat daardoor de inhoud van den zin gemakkelijker en vlugger begrepen, en eene grootere vrijheid in de volgorde der woorden verkregen wordt. Overigens in Ido is het hoedanigheidswoord niet altijd onveranderlijk, zooals men het beweert; in menig geval moet het de teekens van het meervoud en den accusatief aan nemen.