1.
Priester.
Waar bistou, Lambert mijn knecht?
Koster.
Hier ben ik, heer, uw getrouwe knecht
Priester.
Gaat in ’t westen, gaat in ’t zuiden:
wat brengen ons de kerkeluiden?
Koster.
De kerkeluiden hebben ons welle bedocht,
zij hebben ons penningje gebrocht.
Alle zingen.
Een belletje klincklancklorum.
ora pro nobis! morgen eten wij stokvis,
overmorgen labberdaan,
zondag zullen wij te gast gaan,