2.

Priester.

Waar bistou, Lambert mijn knecht?

Koster.

Hier ben ik, heer, uw getrouwe knecht.

Priester.

Gaat in ’t westen, gaat in ’t zuiden:

wat brengen ons de kerkeluiden?

Koster.

De kerkeluiden hebben ons welle bedocht,

zij hebben ons een hoentje gebrocht.

Priester.

Een hoentje kaacketorum.

Alle zingen.

Een belletje klincklancklorum. Enz.