8Zij ging er al voor zijn moeder staan:
‘och moeder, zeide ze, lam der vrouwen,
mag ik er wel na dat bruidshuis gaan,
want uw eenige zoontje zal trouwen?’
9‘Als gij der toch na dat bruidshuis gaat,
zoo gaat er met goeder manieren,
en neemt er jouw zeven zonen voor jou
en achter veertien kamenieren.’
10Mooi Adeltje omtrent half wegen kwam,
koning Alewijn kwam haar tegen: