die en heeft hij niet gestolen,
die heeft hem vereerd een schoone maagd
uit liefden onverholen.’
8Men haalde den jongeling uit den toorn
en gaf hem ’t sacramente.
‘och rijke god van den hemel hoog,
nu gaat het aan mijn ende!’
9Men voerden hem voort ter poorten uit,
die leere moest hij opstijgen:
‘och meester, laat mijn een kleine tijd