7Doen sprak er de jongste van drien:
‘’k wou dat er dat meisken was mijn!
ik zou haar vrolijk leiden
langs groen heiden
tot Stralenburg over den Rijn!’
8‘Zoudt gij mijn vrolijk leiden
tot Stralenburg over den Rijn,
maar eerst zoo moest ik weten
in ’t secreeten,
wat er uw vader mag zijn.’