zoo zeer bedrogen heeft.’—
3‘Ik ging nog gister avond
zoo heimelijk aan den dans,
al voor mijn zoete liefs deurtje
die ik er gesloten vand.
ik roerde, ik klopte aan den ring:
staat op, mijn alderliefste,
staat op en laat mij in!’
4‘Ik doe voor u niet open
en laat u ook niet in,