mijn deurtje is gesloten
en daar mag niemand in.
daar leiter een ander veel liever als gij,
gaat t’ huiswaart leggen slapen
en peinster niet meer om mij.’
5‘Is daar een ander lief inne,
dat ik u niet spreken mag,
blijft bij malkander in minne
en slaapt te zaam tot den dag!
ik zal weder na huis toe gaan: