‘o knaapje, waar hebje zoo lange geweest?

wij hebben van u niet vernomen,

of heeft u een heere hier overgebracht?

wij meenden, gij waart verloren.’

6Die ons dit nieuwe lied heeft gedicht

het was een knaapje, zijn hertje was licht,

hij heeft het zoo wel gezongen;

hij heeft het al van zijn zelfs gedicht

spijt alle quaa nijderstongen.

Holländisch: Scheltema’s Sammlung, Anf. des 18. Jahrh. Das Lied hat die Ueberschrift: “Een oud vermakelyk Minnaers Lied, Op een aengename Voys.”