ik dronk er twee, ik dronk er dry,

’k dronk er tot vyf-en-twintig by.

‘Doen ze? doen ze? doen ze, Jan?

hebben zy dat gedaen?’

Ja, zei Jan.

2’s Dingsdags en ’s dingsdags

dan was het vastenavond, vastenavond:

myn wyf is op den toer gegaen,

en ik ging met een andere.

‘Doen ze? doen ze? doen ze, Jan?