De meides motten uit d’r zaakies
Ergriffen, als handle es sich um einen protestantischen Choral, — die Augen der drei fetten Holländerinnen glänzten tränenfeucht, — brummte das Publikum mit:
„Ze gaan de Zandstraat netjes maken
’t Wordt ’n kermenadebuurt
De huisies en de stille knippies
Die zijn al an de Raad verhuurt.
Bij Nielsen ken je nie meer dansen
Bij Charley zijn geen meisies meer.
En moeke Bet draag al’n hoedje