¶ Nr. 172.
Erst bezahlt und dann gezecht.
1Het wijntje dat is er zoo zoet van smaak,
het heeft er ons aan den drank gemaakt.
den eenen zal men houden, den ander zal men slaan,
wij zullen alle drie met het g’lag door gaan.
2’t Waardinnetje in de kamer quam
met eenen blank zwaard al in haar hand,
met eenen blank zwaardetje en eenen roer,
zoo sprong dat waardinnetje over de vloer.