toen wij waren verschoven,

die ons zoo minlijk heeft verzaâd,

en in der nood niet af en gaat,

op hem zet uw betrouwen,

’t en zal u niet berouwen.

3Zoo danken wij ook den heiligen geest,

van zijnder visitatie,

want had hij bij ons niet geweest,

ons vreugd was tribulatie;

hij is ons trooster in verdriet,