zonder hem en vermogen wij niet.

wilt hem uw hert bereiden,

hij zal niet van u scheiden.

4Zoo danken wij onze lieve bruid,

dat zij bij ons wil blijven,

en drinken dit bekerken nog eens uit,

die heer die wil ’t al op mij schrijven.

den boog mag niet gespannen staan,

ik hoop het zal ons wel vergaan,

’t is nu geen tijd van scheiden,