mijn liefste is hier binnen.’
19De poort die werd haar opgedaan,
de poortier kwam daar voren,
hij zag de jonkvrouw voor hem staan
zoo schoon en hoog geboren:
‘zegt mij, o maagd, wat gij begeert?
hoe gij hier komt alleene?
zegt mij, o maagd, wat dat u deert
en waarom gij moet weenen?’
20‘Och! die dien ik zoo teer bemin,