zij stond hem te verbeiden;

zij liet zoo menig droeven traan,

omdat hij was gescheiden.

18Als nu de dag ten avond kwam,

zoo peinsde haar verlangen,

dat zij haar liefste niet vernam,

hij beidde veel te lange,

toen trad zij nog een weinig voort,

gedreven door de minne,

en klopte en riep: ‘doet op de poort!