‘mijn allerliefste jongeling schoon,
woudt gij mij nu begeven?
nooit hoorde ik zoo droeven toon:
dan moet ik immers sneven.’
17Hij sprak haar zijne meening uit
met vriendschap en met minnen:
‘verwacht mij hier, o waarde bruid!
nu moet ik gaan hier binnen.’
Hij is ten huizen ingegaan,