Ja kom, knecht, kom, zadel mijn paard!’

Toen de ruiter aan het klooster kwam,

Toen schelde hij lustig aan,

Toen vroeg hij aan het bagijntje,

Of daar niet een nonnetje was,

Ja die daar pas gekomen was?

‘Ja hier is wel een nonnetje,

Maar zij komt er niet voor u uit,

Zij is den Heer gaan dienen,

Zij is des Heeren bruid,