En zij komt er niet voor u uit.’
‘Als gij haar niet laat komen,’
Sprak deze looze guit,
‘Zal ik het klooster in brand gaan steken
Met zwavel en met kruid,
En dan zal zij komen er uit.’
‘Toen het klooster stond in vollen vlam,
Kwam het nonnetje voor mij staan
Met opgestroopte mouwtjes,
Haar nonnenkleed had zij aan,