En zoo kwam zij voor mij staan.
Zij sprak: mijnheer stout ruitertje,
Wat doet ge mij voor een schand?
Onlangs toen ik u dien trouwring bood,
Toen weigerde gij mijn hand:
Ga en vertrek maar uit mijn land!’
De ruiter keerde zich omme
En sprak geen enkel woord;
Toen hij aan het fonteintje kwam,
Daar schoot hij zich zelven dood,