Hij lag verslagen, hij was dood.

Het was eens op een donderdag,

De non die zou gaan halen brood;

Toen zij aan het fonteintje kwam,

Daar vond zij haar zoetelief dood,

Hij was verslagen, hij was dood.

Zij sprak: ‘mijnheer stout ruitertje!

Is dat om de wille van mijn,

Dan zal ik u laten begraven

Hier onder die rozemarijn,