en neemt er jouw zeven zonen voor jou

en achter veertien kamenieren.’

10Mooi Adeltje omtrent half wegen kwam,

koning Alewijn kwam haar tegen:

‘zei jij der nou na dat bruidshuis gaan,

wat zelje mijn jonge bruid ter eeren geven?’

11‘Jouw bruid die zal hebben goeds genoeg,

koning Alewijn, zeide ze, heere!

mijn oude kousjes en mijn versleten schoen,

die mag ze wel dragen met eeren.’