en met een al zoo scherp zwaarde
sloeg hij er dat hoofdje ter aarde.
9Hij nam het hoofdje bij het haar,
hij wierp het in een fontein was klaar,
een fontein was diep van gronde:
‘leg daar jou lagchende monde!
10Leg hier, leg daar, jou lagchende mond!
gij hebt mij gekost zoo veel duizend pond
en zoo meningen penning rood goude:
uw hoofdje is al afgehouwen.’