al kwam er een koningszoontje om u,
5‘O vader, laat maken een huisje koen
van distel, doornen, lelien groen,
en huurt er mij eenen gezellen,
die dagelijks mijn willetje doe
en klinke de lazerus bellen.’
6Het napje in haar regterhand
en het klapje in haar slinkerhand,
en zij ging over ’s heeren straten: