¶ Nr. 39.
Der Herr und sein Schildknecht.
1Daar reed een heer met zijn schildknecht, Santio
het smalle pad en de breede weg.
nu weder de kneder de koorde
sante jante iko
kante ko de kandelaar de isio.
2De heer al tegen zijn’ dienstknecht sprak:
‘stijgt op den boom, krijgt het duifje daaraf!’
3‘Mijn heer, en dat en doe ik niet,