en een vles met rijnse koele wijn

en daar nog zes en dertig gulden bij!

6‘Offer u iemand vraagde, zoete lievetje,

waar dat gij dat geldetje gekregen hebt,

zoo zegt, dat gij’t met dobbelen en spelen gewonnen hebt,

en draagter van geen mooi meisjes roem,

want gij hebtze zomtijds wel van doen.’

Holländisch: Scheltema’s Samml., Anf. des 18. Jahrh.—

¶ 1, 2. garen, gaarne, gern—4, 4. lossen, einlösen—6, 3. dobbelen, würfeln—6, 4. roem dragen, sich berühmen—6, 5. somtijds, bisweilen—van doen hebben, nöthig haben.