verdronken in de rijnse koele wijn,

en dat voor zes en dertig gulden rein.’

4‘Staan uw kleiders te pande, zoete lievetje,

verdronken in de rijnse koele wijn,

hei! komt t’ avond bij mij slapen,

uw kleidertjes zullen gelossen zijn

en dat voor zes en dertig gulden rein.’

5Den dag die verging en den avond die quam aan,

na zijn zoete lievetje is hij gegaan.

hei! wat vond hij daar gezoden en gebraden!