de rijnsche koele wijn.’
10‘Den hertog van Traveerne
is dat er de vader van dijn,
zoo mag ik dan wel klagen
al mijn dagen,
gij zijt er den broeder van mijn!’
baart dat uw jong hertje rou?’
‘och ja, uw bruine oogen
mijn bedrogen:
de rijnsche koele wijn.’
10‘Den hertog van Traveerne
is dat er de vader van dijn,
zoo mag ik dan wel klagen
al mijn dagen,
gij zijt er den broeder van mijn!’
baart dat uw jong hertje rou?’
‘och ja, uw bruine oogen
mijn bedrogen: