tot Stralenburg over den Rijn!’
8‘Zoudt gij mijn vrolijk leiden
tot Stralenburg over den Rijn,
maar eerst zoo moest ik weten
in ’t secreeten,
wat er uw vader mag zijn.’
9‘Woudt gij zoo garen weten,
wie dat er mijn vader mag zijn:
den hertog van Traveerne
drinkt zoo geerne