ik krijg zulke pijn al in mijn zijde.’
13De ruiter stak zijn paard met sporen
of hij mooi Elsje niet en hoorde.
14Doe hij dat smalle pad ten einde kwam,
zwaare arbeid kwam mooi Elsje an.
15‘En is hier niet een huisje dan,
daar ik een weinig in rusten kan?’
16De ruiter ging daar een huisje maken
van distelen, doornen en hooge staken.
17Al in dat huisje was venster noch deur,