en zei: ‘daar mijne vrome zoldaaten,
dat schenk ik u alle voor mijn laatste buit,
mijn trouwe kameraaten!’
13De Zwitzer moest knielen voor het graf,
men zag het bloedig slagzwaard blinken.
zij houden hem straks zijn hoofje af,
zijn jonk leven zag men krinken.
14‘Oorlof, gezellen, wie gij zijt,
en wilt dit lied dog wel onthouden!
ik sterf voor geen schelm of dief, ach wat een spijt!