een uurtje voor den dagen.

10Zij bragten hem aldaar voor ’t geregt,

alwaar veel france heeren waren.

‘mijn liefje, die mijn der ook te minnen plegt,

komt mij ter dood bezwaren.

11’t Is er mijn vader en moeder groot schand,

dat ik zoo ver hier kom verzeilen,

ik geboren uit Zwitserland

van driehonderd mijlen!’

12Hij trok zijn beste kleederen uit