hij gaf mijn al van dat geeselsop,
ik heb het zoo weinich geprezen.
2Nu ben ik weêr in zwaar verdriet,
ik quam op ’s heeren wegen,
de heere van Taagsveld ken mijn niet,
hij zag mijn aan ter dege,
hij heeft al door zijn loos beleid :|:
mijn op zijn wagen gekregen.
3Van Noorddorp wierd ik gebracht,
na Hartekum gezonden,